Zorg
op school: faalangst
Woordje
uitleg over faalangst
Soms
is bang zijn heel normaal en heel zinvol. Wanneer je een prestatie moet leveren
die je effectief niet aankan, omwille van het niveau of de voorbereiding, is
angst terecht.
Het
verschil met een faalangstig kind is dat het ook bang
zou zijn wanneer het de toets heel goed heeft voorbereid.
3
soorten faalangst
Cognitieve
faalangst:
Wanneer een kind steeds bang is om negatief beoordeeld te worden voor een taak
die het moet volbrengen. Elke slechte beoordeling bij een mislukte taak
vergroot opnieuw de faalangst waardoor het soms van kwaad naar erger gaat.
Sociale
faalangst:
Wanneer een kind steeds bang is om negatief beoordeeld te worden door
belangrijke anderen (juf, ouders, broers, zussen, klasgenoten…). Het is
noodzakelijk voor kinderen om ergens bij te horen, anders functioneren ze
minder goed.
Motorische
faalangst:
Wanneer een kind bang is om negatief beoordeeld te worden bij het leveren van
bepaalde fysieke inspanningen. Deze angst kan hen blokkeren.
Vaak
uit faalangst zich in een combinatie van de drie soorten.
Hoe
ontstaat faalangst?
Als
gevolg van een leerproces waarbij ervaringen en de daarbij horende
beoordelingen een rol spelen. De ideale voedingsbodem voor faalangst bij
kinderen is een eisende, sterk prestatiegerichte houding van de omgeving en de
manier waarop er op mislukken wordt gereageerd. Combinatie van verschillende
factoren kunnen faalangst doen ontstaan (gezin, school, cultuur, veelvuldig
falen).
Het
gezin: Opgroeien: wie vaak afgeremd wordt zal beetje bij beetje
minder experimenteren. De ontwikkeling van de wilskracht wordt zo
belemmerd. Het willen wordt afgezwakt of tegengehouden, waardoor het kind
minder succeservaringen opdoet. Er moet nog altijd ruimte behouden blijven voor
een kind om iets te mogen “willen”. Dit heeft anders negatieve gevolgen voor
het zelfvertrouwen.
Altijd
alles aangereikt krijgen,
zonder zelf naar oplossingen te moeten zoeken (aangeleerde hulpeloosheid). Er
wordt teveel in de plaats van de kinderen gedaan. Als een kind iets alleen kan
en mag doen, voelt het zichzelf als kundig en dat is waardevol in de
ontwikkeling van het zelfvertrouwen. Anders denkt iemand al gauw dat hij zonder
hulp niets kan presteren.
Grote
veranderingen in een gezin kan soms leiden dat kinderen zich
schuldig voelen. Ze denken dat ze gefaald hebben. Wanneer het kind echter
voldoende ondersteuning krijgt van de omgeving, en zelf voldoende draagkracht
heeft, zal de verandering verwerkt kunnen worden.
Voorbeeldfunctie
van de ouders is natuurlijk
belangrijk. Sommige ouders weten zelf niet hoe om te gaan met mislukkingen. Hoe
gaan ze om met druk en prestaties? Ouders gaan soms onbewust het belang van
presteren accentueren.
De
school: Prestatiedruk op school ligt vaak hoog, maar toch
kan men niet stellen dat deze druk de belangrijkste oorzaak is voor
faalangst. Voor velen is naar school gaan en presteren onder de daarbij
horende stress een natuurlijk proces, waar ze zonder al te veel kleerscheuren
doorheen stappen.
Faalangst
treedt vaak op bij de overgang naar het eerste leerjaar. Hier is
het heel belangrijk om na te gaan of het kind schoolrijp is. Als
dat niet is, vergroot de kans dat het kind veel vaker gaat falen en vergroot
het risico dat het faalangstig wordt.
Cultuur:
Wanneer de cultuur op school veel verschilt van de
thuissituatie kan dit gepaard gaan met gevoel van onzekerheid en kan faalangst
ontstaan.
Veelvuldig
falen: Sommige kinderen falen effectief wel heel vaak omdat ze aan te hoge niet
realistische eisen moeten voldoen. Als kinderen vaak falen en daarbij vooral
negatieve reacties krijgen is de kans groot dat ze faalangst ontwikkelen,
waardoor ze nog meer gaan falen.
Gevolgen
van faalangst
Actieve
faalangst: Ze werken zeer hard om alles onder controle te krijgen. Ze leggen de
lat zeer hoog voor zichzelf. Ze werken zo hard voor school dat ze geen tijd
meer hebben voor ontspanning. Vaak botsen ze op een bepaald moment om steeds
uit te blinken. Dan slaan ze in paniek. Ze verliezen volledig de pedalen en
soms ook alle energie om zich nog in te zetten.
Passieve
faalangst: Ze denken dat hun inspanningen toch tot niets leiden. Ze ontvluchten
elke mentale of fysieke inspanning. Ze kiezen er eerder voor iets niet te
proberen dan dat ze het risico nemen om te mislukken. Deze kinderen dagdromen,
spijbelen, vertonen opstandig gedrag en hebben vaak slordige studiemethode. Ze
worden vaak bestempeld als lui.
Emotionele
gevolgen: “ik kan het niet, ik kan niets, ik ben niets waard”
Ze hebben een negatief beeld van zichzelf. Faalangstige
kinderen piekeren veel.
Lichamelijke
gevolgen: spieren die verkrampen, buikpijn, droge mond, klamme handen… op het
moment dat ze moeten presteren, of hele periodes.
Verdoken
uitspraken die wijzen op faalangst
Ik
ben moe, dat is iets voor grote kinderen, ik heb geen tijd, ik moet naar het
toilet, ik wil naar huis, hoe lang duurt dit nog, ik heb geen zin……
Omgaan
met faalangst (in de klas)
Fouten
maken mag, niemand is perfect!
Succeservaringen
opbouwen: probeer te maken dat
alle kinderen eens succes ervaren!
Positiviteit: gebruik zoveel mogelijk positieve taal (je hebt
6 van de 10 oefeningen juist…), focus vooral op de toekomst en de kansen die
nog komen, geef negatieve opmerkingen individueel en niet voor de hele groep
Zelfstandigheid
bevorderen: geef kinderen tijd en
ruimte om ruzies uit te praten, laat kinderen helpen om een ander kind te
verzorgen (knie, bloedende vinger…)
Structuur
en duidelijkheid bieden: vast
weekprogramma, vertel wat de kern van een les is, geef bepaalde opdrachten in
stapjes, maak duidelijk dat de kinderen steeds om extra uitleg mogen vragen
Beperk
de aandacht voor punten: lees
geen punten voor, vergelijk punten niet, denk er aan dat als je gemiddeldes
meedeelt dat ongeveer de helft van de kinderen eronder zitten, geef eens een
alternatief rapport met goede punten voor elk kind waar hij/zij goed in is,
kleef een beloningssticker bij iedereen die gelijk of beter scoorde dan vorige
keer, en niet enkel bij 10/10
Benadruk
de inzet, en niet zozeer het resultaat
Evenwicht
houden tussen inspanning en ontspanning: tussen twee lessen door een
ontspanningsoefening laten doen, de dag afronden met een spel of verhaal, laat
ruimte voor humor, grapje…
Affectie
en aanvaarding: geef alle
kinderen eens een knuffel, geef complimentjes, laat kinderen ervaren dat het
leuk ik om complimenten te geven.
Zelfbeeld
en sociale vaardigheden aanwakkeren:
leer ze voor zichzelf op een gepaste manier opkomen, hoe ze kunnen omgaan met
problemen, hoe ze elkaar kunnen ondersteunen
Omgaan
met een kind met faalangst (in het algemeen)
Erken
en aanvaard het probleem,
vertel dit ook aan het kind, het kan al een hele opluchting zijn, verwijt het
kind niet dat het flauw of lui is
Vergelijk
niet met anderen, zeg nooit
“alle anderen kunnen of durven het wel, dus jij ook”
Bespreek
het eens met het kind: Iedereen
is wel eens bang om iets mis te doen. Je hoeft niet altijd alles goed te
kunnen. Mislukken mag echt! Wat maakt dat iets lukt of mislukt, kun jij daar
altijd iets aan doen? We kunnen er samen aan werken!
Probeer
de angst te beperken:
Spreekbeurt aan de bank houden ipv vooraan. Per twee
een opdracht laten uitvoeren. Het kind iets vertrouwelijks laten bij zich laten
houden (foto, knuffel)
Stimuleer
het kind om elke opdracht uit te voeren: ga niet in op vermijdingsgedrag
Ga
niet uit van je algemene verwachting, maar van het kind: om faalangst te overwinnen is het soms aangewezen
om tijdelijk het niveau van het kind te laten zakken
Zorg
ervoor dat andere kinderen de angst niet versterken
Kinderen kunnen soms erg hard zijn voor elkaar,
en hebben soms de neiging om anderen te pesten als ze niet zo goed presteren
Leer
de kinderen relativeren!
Voor
verslag Caroline Sieprath, zorgcoördinator
Gebaseerd
op brochure: Faalangst van Leefsleutels, in te kijken bij zorgcoördinator in
zorglokaal.